Stotteren
Stotteren wordt in het classificatiesysteem de DSM-IV gezien als een ontwikkelingsstoornis. Het komt erop neer dat iemand niet vloeiend kan praten terwijl dat op basis van de leeftijd van de persoon wel verwacht wordt. Stotteren wordt gekenmerkt door:
– Het telkens herhalen van klanken en lettergrepen
– Klanken verlengen
– Het vormen en uitspreken van woorden met overmatige inspanning
– De spraak, hoorbaar en geluidloos, onderbreken (pauzes)
– Bepaalde woorden meerdere malen achter elkaar herhalen
Stotteren kan zeer belemmerend werken in het dagelijks leven. Mensen die stotteren voelen zich onzeker en gaan daardoor slechter presteren op school, werk en in de sociale communicatie. Er zijn eigenlijk twee vormen van stotteren:
Openlijk stotteren: mensen merken dat iemand stottert aan de spraak.
Verborgen stotteren: mensen merken niet of nauwelijks dat iemand dat iemand stottert omdat hij/zij dat verborgen probeert te houden door moeilijke woorden te vermijden en hij/zij ook probeert te vermijden om lang aan het woord te zijn.
Mensen die stotteren hebben vaak last van gevoelens van onzekerheid en minderwaardigheid. Ze schamen zich voor hun probleem. Mensen die stotteren tijdens het praten kunnen soms wel zingen, dichten of praten tegen een huisdier zonder te stotteren.
De meningen zijn verdeeld over hoe stotteren ontstaat. Het lijkt erop dat er soms sprake is van een genetische aanleg omdat stotteren in sommige families vaker voorkomt. Echter kan dat ook misschien door de opvoeding komen. Anderen denken dat stotteren komt door faalangst. Doordat iemand zo bang is om af te gaan bij anderen mensen, komt het spreken onder druk te staan met stotteren als gevolg. Dit kan ook door de opvoeding gebeuren. Ouders verwachten meer van hun kind dan deze kan waarmaken. Daardoor krijgt het kind last van faalangst en ontwikkelt hij/zij een stotterprobleem. Een andere theorie stelt dat stotteren ook kan ontstaan doordat een kind spraakproblemen heeft waar de omgeving niet goed mee omgaat. De ouders reageren geïrriteerd omdat het kind niet goed praat. Het kind wordt daardoor zenuwachtig of angstig als het moet spreken en gaat daardoor stotteren.
De hersenen sturen de spraak aan, het linker hersengedeelte om precies te zijn. Wanneer je een spraakfout dreigt te maken omdat je bijvoorbeeld niet goed adem haalt signaleren je hersenen dit. De hersenen sturen dan opnieuw een signaal naar je lichaam om dit te corrigeren. Bij iemand die stottert geven de hersenen te vaak dit signaal af waardoor de spraak verstoord wordt.
De behandeling van stotteren bestaat uit het proberen om de spanning en stress die ervaren wordt als men moet praten te verminderen. In therapie wordt mensen geleerd om de stress die ze ervaren te verminderen. Wanneer dit lukt en het praten ook beter gaat zorgen deze ervaringen dat de vicieuze cirkel waar de persoon in zit doorbroken wordt. Stotteren wordt minder wanneer mensen meer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen.
Contact
0499-372844
06-17823535




